BTW-ONDERWIJSVRIJSTELLING VOOR ACTIVITEITEN OP HET GEBIED VAN SUPERVISIE
 


Wettelijk geregeld onderwijs is vrijgesteld van omzetbelasting.
Daarnaast zijn ook een aantal aangewezen onderwijsvormen waaronder beroepsopleidingen vrijgesteld Hof Den Haag heeft onlangs op dit punt een uitspraak gedaan

De zaak voor het Hof was als volgt.
Een vennootschap onder firma (hierna: vof) verrichtte activiteiten op het gebied van het geven van supervisie voor scholing gericht op een beroep en voor managementondersteuning.

 De vof gaf begeleiding aan:
            -  Werknemers van non-profit instellingen zoals leraren en welzijnswerkers
            -  Studenten van Hogescholen in bepaalde studieopleidingen en in hun opleiding tot supervisor
            -  Bepaalde professionals in non-profit situaties
De vof had voor haar activiteiten geen omzetbelasting in rekening gebracht en dus ook geen omzetbelasting aan de Belastingdienst afgedragen.


De inspecteur legde aan de vof met uitzondering van de activiteiten die de vof aan de studenten van Hogescholen had verricht een naheffingsaanslag omzetbelasting op voor het jaar 1994.

Hij vond namelijk dat de overige activiteiten van de vof niet als vrijgesteld onderwijs waren aan te merken

De vof was van mening dat deze activiteiten juist wel onder de BTW-vrijstelling voor onderwijs vielen. Het doel van de supervisie was namelijk dat personen een beter inzicht in zichzelf zouden krijgen zodat zij beter kunnen functioneren in de (toekomstige) werksfeer.

De zaak kwam voor het Hof.

Volgens het Hof waren de activiteiten van de vof bedoeld om via een toegesneden leerplan aan de afnemer of een groep van afnemers kennis en vaardigheden bij te brengen.  Het Hof was van mening dat ook de overige activiteiten van de vof op het gebied van begeleiding van werknemers bij mensgerichte beroepen in de non-profit sector naar maatschappelijke opvattingen zijn aan te merken als het vertrekken van onderwijs.  Dat de activiteiten van de vof aan studenten van Hogescholen door de inspecteur wel als vrijgesteld onderwijs waren aangemerkt,
ondersteunde dit standpunt

Ook de overige activiteiten van de vof waren aan te merken als beroepsopleiding en daarmee had de vof dus recht op de BTW-vrijstelling voor onderwijs.  De vof had terecht geen omzetbelasting in rekening gebracht

Bron: Hof Den Haag, 8-2-2002, nr00/02944
 

___________________